Zoeken
Overzicht
Print linkerkant
Print rechterkant
Print beide zijden
PERSPECTIEF JAARMAGAZINE Een brede blik op gezondheid, zorg en welzijn perspectiefingezondheid.nl PERSPECTIEF JAARMAGAZINE Een brede blik op gezondheid, zorg en welzijn perspectiefingezondheid.nl INHOUDSOPGAVE DIT LEES JE IN HET MAGAZINE Brede blik op gezondheid, zorg en welzijn: “Kijk verder dan protocollen en cijfers” In gesprek met een onderzoeker, ervaringsdeskundige en professional over het belang van verschillende perspectieven De rol van zorgzame buurten in de zorg van de toekomst Een aanvulling op formele zorg Waarom gemeenten lef moeten tonen in jeugdhulp en preventie Een opiniestuk door lector Inge Bastiaanssen Veertien adviezen om beter voorbereid te zijn op een pandemie Studenten aan de slag met pandemische paraatheid 03 07 09 13 © 2025 Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid - Avans COLOFON Alle rechten voorbehouden. Wil je artikelen uit dit magazine zelf gebruiken of delen? Dat vinden we leuk! Neem vooraf even contact met ons op. perspectiefingezondheid@avans.nl Lectorale rede Gera Nagelhout ‘Vanuit ervaringskennis gezondheidsverschillen verkleinen: van sprookje naar realiteit’ Zeg het met bloemen...maar weet wat je geeft! In Europa verboden bestrijdings- middelen gevonden op een bosje bloemen Kinderen van een gedetineerde ouder onvoldoende in beeld Een deel van de kinderen van wie een ouder in detentie zit, blijven in Nederland onder de radar van instanties die hun tot steun kunnen zijn 17 19 21 JAARMAGAZINE PERSPECTIEF 3 Joost werd in 1971 geboren met een ernstige spierziekte, waarna zijn ouders al snel hoorden dat Joost maximaal 5 jaar oud zou worden. Vanaf zijn derde jaar woonde hij in ziekenhuizen, internaten en tehuizen. Mede dankzij zijn ondernemende levenshouding volgde Joost uiteindelijk toch regulier onderwijs. “Ondernemend gedrag betekent niet dat je een bedrijf moet starten”, legt Joost uit. “Het is een levenshouding. De mentaliteit om kansen in plaats van problemen te zien, verantwoordelijkheid te nemen voor je leven. Het is het lef om buiten de gebaande paden te denken en te handelen.” Ter illustratie deelt hij een korte anekdote. “Vroeger speelde ik vaak soldaatje, zoals alle kinderen. Ik was in mijn rolstoel natuurlijk niet bepaald de snelste, dus bedacht ik iets anders: ik was de tank. Zo hield ik weinig vriendjes over, maar ik was wel de morele winnaar”, lacht Joost. Menselijke maat Toen hij in 1993 koos voor de studie maatschappelijk werk, verlegde Joost zijn grenzen nog maar eens: hij ging zelfstandig wonen, maar ontdekte dat de zorg die hij kreeg niet aansloot bij zijn behoeften. Joost pakte zelf de regie en richtte in 2006 de onderneming Joost Zorgt op. “Een cliëntgericht, innovatief thuiszorgconcept. Vanuit de overtuiging dat ik de zorg vanuit mijn eigen ervaring beter kon organiseren, gebaseerd op de menselijke maat. Kijk verder dan protocollen en cijfers, en zie de mens achter de ‘patiënt’ of ‘cliënt’.” Dat laatste kan Cindy volledig beamen. Ze is associate lector Preventie binnen Verpleegkundige Zorg, verbonden aan meerdere lectoraten bij Perspectief in Gezondheid én docent HBO-Verpleegkunde bij Avans. “Natuurlijk leren we onze studenten: houd rekening met je doelgroep, bijvoorbeeld in je communicatie. Maar wat heeft die doelgroep nu precies nodig? Dat weet je pas als je in gesprek gaat.” Cindy verwijst naar de onderzoeken bij het lectoraat Gelijke Kansen op Gezonde Keuzes: “Je kunt mensen wel vertellen dat ze naar de sportschool moeten, maar wat als ze de middelen niet hebben? Of op een andere manier willen bewegen? Verdiep je daarom goed in je doelgroep.” Niet in het medische dossier Judith heeft vergelijkbare ervaringen bij het Amphia Ziekenhuis, waar ze verpleegkundig specialist is. “Voor een hartklepvervanging moest ik eens een man screenen die een been miste. Is zo’n zware operatie dan wel reëel? Maar in gesprek met hem bleek al snel hoe actief en creatief hij nog was: hij had bijvoorbeeld zijn eigen zwemvliezen gemaakt. Dat staat allemaal niet in het medische dossier. Ik ben nog steeds zo blij dat we in gesprek zijn gegaan.” > Brede blik op gezondheid, zorg en welzijn “Kijk verder dan protocollen en cijfers” Iedereen verdient perspectief op optimale gezondheid, zorg en welzijn. Daarom doet Avans’ Centre of Expertise (CoE) Perspectief in Gezondheid onderzoek óver mensen. Maar omdat medische data niet zaligmakend zijn, hecht het CoE net zo veel waarde aan onderzoek mét mensen. Onderzoeker Cindy de Bot, professional Judith van Beek-Peeters en ervaringsdeskundige Joost Nauta kunnen erover meepraten. “Mijn ervaring als cliënt is net zo waardevol als de kennis van een arts of onderzoeker. Het gaat om het totaalplaatje. - IN GESPREK MET - “ZORG DRAAIT VOORAL OM MENSELIJKHEID, OM GEZIEN WORDEN, HET PERSOONLIJKE CONTACT” CONTACT OVER DIT ARTIKEL Cindy de Bot | c.debot@avans.nl 4 jongeren, maar experimenteren hoort bij hun leeftijd. Hoe voorkom je dan toch dat jongeren gaan vapen? Daar komt onze lector Inge Bastiaanssen in beeld. Zij werkt samen met professionals, jongeren en ouders aan het versterken van preventie, steun en hulp. Een heel mooi voorbeeld van de noodzaak van meerdere perspectieven.” 5 en onderschatting. Wat écht telt, is het perspectief. Dat is de keuze hoe je reageert op die perceptie. Ik zie mijn handicap als mijn superkracht die me dwingt om creatief, oplossingsgericht en ondernemend te zijn.” Gillend gek “Terwijl mijn zorgverlener vooral keek naar mijn onmogelijkheden, had ik juist de behoefte om eropuit te trekken. Ondernemend was ik toen al, ook al kon ik dat nog niet zo goed onder woorden brengen.” Zo leerde Joost een belangrijke levensles: “Wisten we allemaal maar van elkaars perspectief. Dan zouden we elkaar veel beter begrijpen. Ook de zorgverlener en -ontvanger. Als zorgverlener keek ik naar het perspectief van zorgontvangers: wat kunnen ze? Wat zijn hún behoeften? Op basis daarvan maakten we een match met zorgverleners. Die combinatie hielden we zo lang mogelijk in stand, want niemand wil telkens een nieuwe zorgverlener. Ik zou daar zelf ook gillend gek van worden.” “En omdat ik het gezicht van het bedrijf was, en ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst had, hadden zorgontvangers alleen al het idéé dat ze begrepen werden”, voegt Joost toe. Zijn formule sloeg aan, en hoe: op het hoogtepunt had hij 180 mensen in dienst en zette hij jaarlijks 13 miljoen euro om. Toekomst Een slepend conflict met een zorgverzekeraar werd Joost Zorgt uiteindelijk toch fataal in 2019, maar ook dat betekende niet dat Joost bij de pakken neer ging zitten. Hij startte zijn nieuwe zorgorganisatie Joost Ontzorgt, werkt als innovatieadviseur voor het Erasmus MC en Stichting Humanitas, is ook actief als spreker en columnist én schreef een gedichtenbundel. Hij woont zelfstandig in Rotterdam in een huis dat hij moest verbouwen en ook nog eens aan het verduurzamen is. Ook over de toekomst van de zorg is Joost positief, zij het onder belangrijke voorwaarden. “Als het ons lukt om te denken in mogelijkheden en om al die mogelijkheden aan elkaar te verbinden, vanuit een helikopterview, dan ben ik heel hoopvol.” • Bij Amphia doet Judith ook promotie- onderzoek naar ‘Samen beslissen met oudere patiënten met een vernauwing van de aortaklep’. “Studenten van Avans hielpen ons onder andere met de werving van patiënten en mantelzorgers voor deelname aan het onderzoek. Dat viel niet mee. Ouderen vroegen zich af: ‘Wat kan ik nu nog toevoegen?’ Maar het gáát om hen, dus natuurlijk is hun inbreng ontzettend waardevol.” Ze geeft een simpel voorbeeld: “We hadden een vragenlijst gemaakt en wisten zeker dat die duidelijk was. Maar toen we de doelgroep er toch nog een keer naar lieten kijken, bleek dat niet zo te zijn en kregen we bruikbare feedback.” De rol van technologie Om de afstand tot zorgontvangers te verkleinen, wordt technologie steeds belangrijker. Cindy refereert aan een test rondom VR en dementie: “In 2023 testten we op de Zwarte Cross een simulatie van de beleefwereld van personen met dementie. We hoopten op 100 deelnemers, het werden er 300. De reacties waren heel positief. Vervolgens legde een student Verpleegkunde deze simulatie voor aan jongeren tussen de 14 en 18 jaar. Zij werken namelijk vaak in winkels en de horeca, waar ze deze mensen tegenkomen. 94% gaf aan door die simulatie meer empathie te hebben voor mensen “Het ging mis bij de perceptie die mensen van mij hebben. Ze zien vaak de onmogelijkheden” met dementie. Meerdere ondernemers uit de detailhandel en horeca toonden daarna interesse. Een mooi voorbeeld van praktijk- en doelgroepgericht onderzoek.” “Ik hoop overigens niet dat technologie de plaats inneemt van menselijkheid”, benadrukt Cindy. “Veel zorgontvangers kunnen niet overweg met technologie. Bovendien: mensen zitten niet te wachten op een robot die hen komt wassen. Natuurlijk zoek je naar manieren om slimmer te werken, maar zorg draait vooral om menselijkheid, om gezien worden, het persoonlijke contact.” Judith knikt: “Dat is precies hoe ik erover denk.” Perspectief boven perceptie Terug naar Joost. Waarin schoot de zorg voor hem nu precies tekort? En hoe gebruikte hij die ervaring in zijn eigen organisatie? “Het ging mis bij de perceptie die mensen van mij hebben. Ze zien vaak vooral de rolstoel, de handicap, de onmogelijkheden. Die perceptie werkt verlammend, leidt tot vooroordelen Nog te weinig in gesprek - OVERVIEW - Directeur Meralda Slager van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid vindt het ‘verschrikkelijk’ dat Joost niet de zorg kreeg waaraan hij behoefte had. “En nog steeds gaan we in de zorg te weinig in gesprek met mensen. Data zijn waardevol, maar alleen als je er ervaringsverhalen aan kunt koppelen. Hoe ervaren mensen de kwaliteit van zorg? Zelfs dat soort basale vragen stellen we nog veel te weinig. En dan kom je er ook niet achter wat er nodig is om mensen zich gezond te laten voelen. Dat blijkt ook wel uit het verhaal van Joost.” Met het onderzoek wil Perspectief in Gezondheid daarom ook aan partners laten zien dat je dingen anders kunt organiseren, legt Meralda uit. “Bijvoorbeeld door transdisciplinaire samenwerking, waarbij onderzoekers van verschillende disciplines samenwerken met docenten, studenten en maatschappelijke partners.” Ze noemt het tegengaan van vapen onder jongeren als voorbeeld. “Onze lector Jos Brouwers heeft aangetoond dat de damp van de vapes allerlei gevaarlijke stoffen bevat. Dan kun je wel met het vingertje wijzen naar 6 8 Vanuit allerlei kanten komt steeds meer druk te staan op ons huidige zorgsysteem. Zorgzame buurten, waarbij een deel van de naastenzorg wordt geregeld door wijkgenoten, zijn een potentiële oplossing. Valerie Slaats, docent-onderzoeker bij lectoraat Zorg rond het Levenseinde deelt haar expertise over zorgzame buurten. Wat zijn zorgzame buurten? “In plaats van dat alle naastenzorg bijvoorbeeld via formele thuiszorg gaat, gaan we kijken naar welke mogelijkheden er bij mensen in de wijk liggen”, legt Valerie uit. Dat kan er op veel verschillende manieren uitzien: “Bijvoorbeeld langskomen om iemand uit bed te halen, boodschappen te doen of simpelweg een praatje te maken”, zegt Valerie. Belangrijk voor een toekomstbestendig zorgsysteem Waarom beginnen zorgzame buurten juist nu een belangrijke rol te spelen? Daarover zegt Valerie het volgende: “De maatschappij is aan het vergrijzen en er is een personeelstekort in de zorg. In de toekomst wordt het dus onmogelijk om ouderenzorg volledig door het formele zorgsysteem te laten verlopen. Dan moeten we gaan kijken: welke ondersteuning is er vanuit mensen uit de buurt? Maar ook belangrijk is het argument dat een zorgzame buurt de kwaliteit van leven van zorgbehoevenden verhoogt: ze zijn langer onderdeel van de maatschappij en wonen ook langer in hun eigen huis, in plaats van ineen verzorgingstehuis.” Niet altijd even makkelijk In de praktijk ziet Valerie wel dat er verschillende obstakels zijn: “Veel wijkbewoners zijn enthousiast om aan de slag te gaan in de wijk. Zorginstanties zijn sceptischer en hebben vragen als ‘Wie is er verantwoordelijk?’ en ‘Wie gaat dit bekostigen?’. Terechte zorgen, maar tegelijkertijd moeten deze instanties zich ook realiseren dat er voor hen ook veel voordelen aan zitten. Daarnaast zijn veel initiatieven op zichzelf staande eilandjes. Als we ze samen brengen, zijn ze een stuk krachtiger.” Onderzoek zorgzame buurten in Breda Vanuit de Werkplaats Sociaal Domein (WSD) Noord-Brabant Avans deed Valerie oriënterend onderzoek naar zorgzame buurten voor mensen met dementie in Breda en de rol van zorg- en welzijnswerkers hierin. Daarvoor ging ze in gesprek met verschillende zorginstanties en mensen die burgerinitatieven hebben opgestart in Breda. Daaruit trok ze de volgende conclusies: “Het is belangrijk dat er voldoende diversiteit is in een wijk, bijvoorbeeld qua leeftijd. Als iedereen in een wijk 65+ is, dan zijn de mogelijkheden voor het opzetten van een zorgzame buurt beperkt.” Toch is er voor zorginstanties en beleidsmakers het meeste werk aan de winkel: “Er komt veel op de schouders van inwoners terecht, maar toch is het belangrijk dat zorgprofessionals goed bereikbaar zijn. Wijkbewoners hebben namelijk ondersteuning nodig bij het opzetten en ontwikkelen van een zorgzame buurt. Ook is er het essentieel om te zorgen dat initiatieven minder gefragmenteerd zijn. Waarom zou je op de ene hoek van de straat een buurtfeestje houden en 100 meter verderop een ander buurtfeestje? Door krachten te bundelen zijn initiatieven effectiever en efficiënter”. Ten slotte benadrukt Valerie het belang van de bottom-up initiatieven: “Zorg ervoor dat je met alle betrokken partijen om tafel gaat, vooral met de bewoners.” Asset-based aanpak Valerie pleit voor de asset-based aanpak in zorgzame buurten: “We moeten kijken naar wat er zich al in een wijk bevindt en daarop inspelen: bijvoorbeeld een café of een buurthuis waar mensen samenkomen. Sommige wijken hebben al hele mooie initiatieven, dus die moeten we aanjagen. Eventueel is er ondersteuning nodig om sommige initiatieven verder te ontwikkelen, waarbij een rol is weggelegd voor formele zorginstanties.” Te veel interveniëren kan echter averechts werken, legt Valerie uit: “Soms zien we dat instanties zelf informele zorginitiatieven in de wijk gaan organiseren, maar vaak wordt er daarbij geen rekening gehouden met de vaardigheden en de wensen van de inwoners. Dat heeft tot gevolg dat er geen interne gedrevenheid is, terwijl de bewoners de drijvende kracht zijn achter een zorgzame buurt. In mijn optiek werkt een bottom-up aanpak beter.” • De rol van zorgzame buurten in de zorg van de toekomst Een aanvulling op formele zorg - NIEUWS - CONTACT OVER DIT ARTIKEL Valerie Slaats | vlma.slaats@avans.nl 7 9 Stop top-down kennisontwikkeling Te vaak is kennis dus top-down ontwikkeld. Als we echt verschil willen maken, moeten we beginnen bij de leefwereld: wat hebben gezinnen en professionals nodig? Door participatief en inclusief te werken - dus samen mét jongeren, ouders, professionals én ondervertegenwoordigde groepen - maken we kennis relevant, concreet en bruikbaar. Een schrijnend voorbeeld is de groep kinderen met een ouder in detentie. Deze groep is vaak onzichtbaar in beleid en onderzoek, terwijl we wéten dat het ondersteunen van deze kinderen een verschil maakt voor henzelf én voor de kans op recidive van hun ouder. Maar als we deze groep niet in beeld brengen, en hun behoeften niet kennen, dan ontwerpen we oplossingen die hen nooit bereiken. Niet vernieuwen, maar verbeteren Innovatie wordt vaak verward met vernieuwing. Maar waardevolle innovatie draait om verbeteren: voortbouwen op wat werkt, aansluiten bij bestaande structuren en zorgen dat oplossingen duurzaam verankerd raken in beleid en praktijk. Daarvoor is samenwerking nodig tussen gemeenten, reguliere organisaties én grassroots- initiatieven, die vanuit de samenleving ontstaan. Neem opvoedondersteuning. We weten veel over wat werkt bij opvoedonzekerheid, effectieve programma’s zijn ook beschikbaar. Maar veel organisaties die ermee werken, bereiken vooral witte, hoogopgeleide ouders. Grassroots-organisaties in grote steden bereiken juist ouders met weinig vertrouwen in reguliere hulp, zoals ouders met een > Dr. Inge Bastiaanssen is sinds 1 oktober 2023 lector Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap (PIJL) bij Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid. ‘Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap’ Op woensdag 14 mei 2025 sprak Inge in een volle zaal bij Avans Hogeschool in ‘s-Hertogenbosch haar lectorale rede uit. Alle 120 bezoekers luisterden aandachtig naar haar rede met als titel: ‘Als een PIJL uit een boog: Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap’. Dit opiniestuk sluit aan bij de visie van Inge op het jeugdlandschap, waar het onderzoek van haar lectoraat zich afspeelt. Inge: “Kennisvraagstukken in het jeugdlandschap onderzoeken wij met participatieve onderzoeksmethoden waarbij onze speciale aandacht uitgaat naar het samenwerken met diverse kinderen, jongeren, ouders en professionals om tot waardevolle innovatie te komen.” Waarom gemeenten lef moeten tonen in jeugdhulp en preventie Inge Bastiaanssen OVER DE AUTEUR Gemeenten worstelen met de jeugdzorg en ondersteuning aan ouders met opvoedingsvragen. Aan kennis over jeugdhulp geen gebrek, stelt Inge Bastiaanssen, lector Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap van Avans Hogeschool. Maar in de praktijk verandert er weinig. “We moeten samen mét jeugd, ouders en professionals werken aan oplossingen, en die niet bedenken vanuit een ivoren toren.” - OPINIE - De noodzaak om anders om te gaan met jeugdzorg ligt ook bij het naderende financiële onheil voor gemeenten. Komend jaar vrezen ze fors minder inkomsten uit het gemeentefonds. Het maakt dat gemeenten onder andere bezuinigen op de jeugdzorg, zoals wethouder Carla Kranenborg (Breda) onlangs aangaf in de Volkskrant. ‘Maar wel zo dat we aan onze wettelijke verplichtingen voldoen.’ Kennis over hoe het anders kan is er voldoende. In de afgelopen twintig jaar zijn meer dan 75 richtlijnen, honderden interventies en talloze kennisdossiers ontwikkeld. Toch blijft al die waardevolle kennis vaak onbenut, omdat ze zelden ontwikkeld is samen met de mensen om wie het gaat. Nog in teveel gevallen vindt onderzoek plaats vanuit een ivoren toren: een onderzoeker ontwikkelt een interventie of handreiking, en pas aan het eind wordt gevraagd wat ouders of jongeren ervan vinden. Dan is het al te laat. “Door participatief en inclusief te werken - samen mét de doelgroep - maken we kennis relevant, concreet en bruikbaar” 10 11 12 Preventie Een van de grootste blinde vlekken in het jeugdbeleid is preventie. Iedereen is vóór, maar weinigen durven erin te investeren. Rotterdam toont lef. Daar draait grassroots- organisatie SPIOR dit jaar 60 oudergroepen over Positief Opvoeden van het effectieve programma Triple P waarmee ze ouders met een migratieachtergrond bereikt. De positieve effecten zijn misschien niet de volgende dag zichtbaar in de stad, maar zijn wel al direct voelbaar én ook meetbaar in de relatie tussen ouder en kind. Het is aannemelijk dat dit op de langere termijn ook positief effect heeft op de afdeling Jeugdzorg, Onderwijs of Werk & Inkomen en dus in meer kansengelijkheid. Investeren in preventie is spannend. Gemeenten willen ‘bewijs dat het werkt’, maar dat bewijs vergt langdurig effectonderzoek. Wat nodig is, is lef: het lef om nú anders te handelen, ook terwijl onderzoek nog loopt. Participatief actieonderzoek, waarbij onderzoeksresultaten meteen worden toegepast, biedt die mogelijkheid. Het levert onderweg al inzichten op, en is een waardevolle aanvulling op traditioneel effectonderzoek. Ja, deze manier van werken is complex en traag. Maar het levert wel betere, blijvende oplossingen op. En ja, preventie is lastig meetbaar. Maar nieuwe methoden, zoals AI-analyse van ouder- en jongerenfeedback, bieden alternatieven. Traditioneel onderzoek blijft nuttig, maar alleen daarop sturen, is dweilen met de kraan open. “We moeten af van eilandjes, en toe naar bruggen. Van ‘doen voor’ naar ‘doen met’” Samenhang Kinderen, jongeren en gezinnen verdienen beleid dat samenhang biedt. Geen versnippering, geen goedbedoelde experimenten zonder vervolg, geen pilots zonder praktijk. We moeten af van eilandjes, en toe naar bruggen. Van systeem naar leefwereld. Van ‘doen voor’ naar ‘doen met’. Wat we nodig hebben is een gedeelde koers. Eén waarin kennis, praktijk en ervaring elkaar niet beconcurreren, maar versterken. Eén waarin preventie, inclusie en samenwerking geen randvoorwaarden zijn, maar het vertrekpunt. De jeugd is te belangrijk om het anders te doen. Inge Bastiaanssen is lector Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap bij Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans Hogeschool. • migratieachtergrond. Wat zij anders doen, moeten we leren herkennen, versterken én opnemen in de reguliere jeugdhulp. Soms betekent dat: andere mensen aannemen, andere taal gebruiken, echt anders werken. Dat is ingrijpend, maar deze verandering vindt op kleine schaal al plaats. Organisaties bewegen wél mee, als gemeenten ze de ruimte én het vertrouwen geeft. “Traditioneel onderzoek blijft nuttig, maar alleen daarop sturen, is dweilen met de kraan open” CONTACT OVER DIT ARTIKEL Inge Bastiaanssen | ilw.bastiaanssen@avans.nl “Hogescholen kunnen nu al inzetten op het stimuleren van sociale verbinding, actief communiceren van het aanbod van coaching en het opzetten van steungroepen” Voorbereid is het halve werk Uit dit onderzoek zijn veertien adviezen gekomen. Deze zijn overhandigd aan het College van Bestuur van Avans Hogeschool. De adviezen benadrukken de rol van de hogeschool in het welzijn van studenten, waarbij dingen als persoonlijke aandacht, afwisseling en communicatie goede verbeterpunten zijn. “Hogescholen kunnen nu al inzetten op het stimuleren van sociale verbinding, actief communiceren van het aanbod van coaching en studentpsychologen door studiebegeleiders en het opzetten van steungroepen”, vertelt Simone. Een mooie samenwerking Dit onderzoek werd gefinancierd door ZonMw en uitgevoerd door onderzoekers van de lectoraten Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap, Analysetechnieken in de Life Sciences, Gelijke Kansen op Gezonde Keuzes en Betrokken Wetenschap, allen onderdeel van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid. Bekijk de veertien adviezen op de volgende pagina > Veertien adviezen om beter voorbereid te zijn op een pandemie Hoe bereid je een hogeschool voor op een nieuwe pandemie? Associate lector Eefje Schrauwen en onderzoekers Katie Verschueren en Simone Janssen denken dat we er niet onderuit komen: een volgende pandemie is onvermijdelijk. Wat we wel kunnen doen, is ons beter voorbereiden om de impact op bijvoorbeeld studentenwelzijn te minimaliseren. Zij deden onderzoek met studenten naar de lessen die we uit de COVID-pandemie kunnen halen. Met veertien adviezen als resultaat. STUDENTEN AAN DE SLAG MET PANDEMISCHE PARAATHEID Studenten en Design Thinking De COVID-pandemie heeft een ontwrichtende impact gehad op onze maatschappij en die breuken zijn nu nog zichtbaar. Ook studenten die hoger onderwijs volgden in deze periode geven aan moeite te hebben met hun welzijn en mentale gezondheid, tijdens corona en nu nog steeds. Zij zien mogelijkheden voor hogescholen om hier in de toekomst beter mee om te gaan. Samen met onderzoekers Katie Verschueren en Simone Janssen brachten studenten mogelijkheden in kaart waaruit adviezen zijn opgesteld. Hiervoor doorliepen ze de fases uit de Design Thinking Methode. “In de eerste fase gaf de Design Thinking Methode inzicht in waar de studenten het meeste last van hebben ondervonden en waar zij graag zouden willen dat bij een toekomstige pandemie aandacht aan besteed wordt en op welke manier”, vertelt Simone over het proces dat de studenten doorliepen. “Op basis van de ervaringen en inzichten uit de eerste co-creatie sessie - NIEUWS - CONTACT OVER DIT ARTIKEL Simone Janssen | slm.janssen@avans.nl gingen de studenten in een tweede sessie aan de slag met het bedenken van mogelijke oplossingen. Denk bijvoorbeeld het creëren van werkplekken buitenshuis of een challenge app waardoor alle studenten op hetzelfde moment hetzelfde doen en op deze manier in verbinding staan met elkaar”, vult Katie aan. “Het was interessant om te zien dat studenten die meededen aan ons onderzoek heel open waren over hun ervaringen tijdens de pandemie. Ook gaven ze aan het prettig te vinden om hun verhalen met elkaar te delen en de herkenning hierin te horen”, merkt Simone op. 13 LEES HET VOLLEDIGE ADVIESRAPPORT > 1 Focus als hogeschool op het versterken van de sociale binding tussen studenten. Zorg voor fysieke ontmoetingsmomenten zodra de maatregelen dit toelaten, zodat studenten elkaar kunnen leren kennen. Kijk hierbij ook naar de mogelijkheden om openbare ruimten en de natuur te gebruiken. Sociale verbinding is essentieel voor de ontwikkeling in deze fase van het leven en ter voorbereiding op het leven na de studie. 2 Stimuleer studenten om (online) hobbygroepen op te zetten, zoals sportgroepen, gamegroepen, praatgroepen, creatieve groepen, social media groepen en/ of boekenclubs. 3 Investeer in het mentale gezondheidsaanbod. Er is al aanbod bij veel hogescholen. Toch bleek er tijdens de pandemie een kloof te bestaan tussen dit aanbod en het gebruik ervan. Dit kan vele redenen hebben, maar de drempel om hulp te vragen of onwetendheid over het aanbod zijn vaak een onderdeel van deze factoren. • Blijf daarom als studiebegeleiders in verbinding met de student om het welzijn van studenten te volgen. • Maak in gesprekken met studenten en via verschillende (media)kanalen van de hogeschool duidelijk dat er hup via coaches, studentenpsychologen of cursussen beschikbaar zijn voor studenten die daar behoefte aan hebben.Door in verbinding te zijn en blijven met de student verlaagt dit mogelijk de drempel om hulp te vragen of te accepteren. • Vraag ook door bij studenten waarmee het op het eerste gezicht goed lijkt te gaan of studenten van wie je weinig hoort. • En overleg met studenten over het organiseren van (online) peersupportgroepen en (gezamenlijke) (beweeg)activiteiten om het mentaal welzijn te bevorderen. 4 Mentaal welzijn is essentieel voor studievoortgang ter ontwikkeling van studenten. Geef dit dus voorrang op studie- inhoud op het moment dat de situatie daarom vraagt, zoals tijdens een pandemie. 5 Bied voldoende mogelijkheden aan voor studenten om vragen te stellen aan docenten. Er zijn verschillende manieren waarop je als docent bereikbaar kunt zijn voor studenten. Communiceer met studenten wanneer en hoe je bereikbaar bent. 6 Ondersteun studenten bij het creëren van structuur en routine. Studenten gaven aan dit bijvoorbeeld te doen met challenges, faciliteren van (online) steun- en/of studiegroepen en het instellen van vaste start en eindtijden van een schooldag. 7 Zorg voor werkplekken buitenshuis voor studenten die daar behoefte aan hebben, omwille van bijvoorbeeld lastige/ niet-bevorderende thuissituatie, langzame internetsnelheid of motivatie- en/of concentratieproblemen. 8 Faciliteer verbinding tussen studenten. Zorg voor werkvormen die sociale uitwisseling en samenwerking (ook online) stimuleren. Zorg voor kennismaking aan het begin van het nieuwe studiejaar en bij de start van een module, zodat studenten hun studiegenoten leren kennen en met elkaar in verbinding raken, ook wanneer alles online is. Betrek hierbij waar mogelijk ook studie- en studentenverenigingen. 9 Zorg dat docenten in staat zijn om indien nodig over te gaan naar online onderwijs. Dat betekent dat zij continu getraind en opgeleid zijn in het verzorgen van onderwijs op afstand. Er zijn verschillende didactische middelen die docenten kunnen inzetten om motivatie en concentratie in een online les te stimuleren (bijvoorbeeld door kleine pauzes in te lassen waarin studenten fysiek in beweging komen). Zorg dat docenten hiervan op de hoogte zijn en dat deze didactische middelen toepassen. 10 Wissel onderwijsvormen af wanneer online les wordt gegeven en zorg voor interactieve lesmethoden. Laat docenten onderwijsvormen met elkaar afstemmen waardoor studenten niet volledige dagen naar theorielessen luisteren. Neem lessen op, zodat studenten deze terug kunnen kijken op het moment dat hen dit uitkomt. 11 Zet gemotiveerde studenten niet bij gedemotiveerde studenten als ‘motivator’, dit kan averechts werken voor de (nog) gemotiveerde studenten. 12 Faciliteer verbinding tussen studenten en docenten, wees als docent benaderbaar bij les op afstand. De verbinding tussen student en docent is belangrijk voor studiesucces en mentaal welzijn. 13 Wees als hogeschool eerlijk en transparant in de communicatie en geef uitleg over de gemaakte keuzes. 14 Creëer een overzicht van de (op dat moment) geldende maatregelen binnen de hogeschool in een vorm die voor alle studenten toegankelijk is en laat hierin ook zien wat wél mogelijk is. • Als hogeschool beter voorbereid op een pandemie VEERTIEN ADVIEZEN 15 18 Eerst een sprookje Gera begon haar rede met een sprookje over een meisje dat voor het eerst naar de universiteit ging en uitgroeide tot hoogleraar bij Universiteit Maastricht én lector bij Avans Hogeschool. Een inspirerend verhaal over de ontwikkeling van onderzoek doen naar mensen naar onderzoek doen mét mensen. Lector Gera Nagelhout: “De vrouw wilde haar onderzoek nooit meer alleen doen met wetenschappers, maar altijd in verbinding met de maatschappij. En dan vooral met de mensen die vaak overgeslagen worden in onderzoek en voor wie gezond leven het lastigste is.” Focus op manier van onderzoek doen In november 2023 startte Gera als lector bij het nieuwe lectoraat Betrokken Wetenschap. Gera: “Toen ik begon bestond deze onderzoeksgroep alleen uit mijzelf. Gelukkig was ik niet helemaal alleen, want ons lectoraat is onderdeel van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid.” De focus van het lectoraat Betrokken Wetenschap ligt meer op de manier van onderzoek doen dan op de inhoud van het onderzoek. Gera: “De naam van het lectoraat zegt het al: we willen op een betrokken manier onderzoek doen. Naast betrokkenheid als onderzoekers, willen we ook graag dat iedereen bij wetenschap betrokken kan worden.” Daarom houdt het lectoraat zich bezig met burgerparticipatie in gezondheidsonderzoek. “We willen dat ervaringskennis van burgers meer erkend en gewaardeerd wordt.” Het belang van betrokkenheid in gezondheidsonderzoek Waarom is het belangrijk om gezondheidsonderzoek meer betrokken te maken? “Eén van de redenen is dat we in onze samenleving met grote gezondheidsuitdagingen te maken hebben, die in de toekomst alleen maar groter worden”, vertelt Gera. “Het wordt daarom tijd dat iedereen mee mag doen, dat ieders ervaringskennis op waarde wordt geschat en dat iedereen zeggenschap kan krijgen in het vormgeven van wetenschap, beleid, zorg en ondersteuning.” Gelukkig hoeft het lectoraat deze beweging niet zelf op te starten, maar kunnen ze op een rijdende trein springen. Gera: “Met ons lectoraat proberen we het wiel niet opnieuw uit te vinden, maar willen we deze participatieve manier van onderzoek doen: verbinden, versterken en verdiepen.” Sprookje, of realiteit? Dan blijft de vraag over of we vanuit ervaringskennis inderdaad gezondheids- verschillen kunnen verkleinen, zoals de titel van de lectorale rede van Gera suggereert. Is dat een sprookje of kunnen we dat realiteit maken? Gera: “Ik denk en hoop dat we dit realiteit kunnen maken.” Maar, benadrukt Gera, er is wel een groot gevaar. Burgeronderzoek wordt steeds populairder, maar wordt zelden gedaan met mensen onderaan de maatschappelijke ladder. Als daar niks aan verandert, kan de trend richting meer burgeronderzoek zelfs zorgen voor een vergroting van gezondheidsverschillen. “We luisteren dan wel steeds meer naar burgers, maar vooral naar de burgers voor wie gezond leven relatief makkelijk is. En zij zullen niet met de oplossingen komen die nodig zijn voor mensen die kansenongelijkheid en bestaansonzekerheid ervaren”, besluit Gera haar lectorale rede. • Op maandag 16 juni 2025 sprak prof. dr. Gera Nagelhout, lector bij het lectoraat Betrokken Wetenschap, haar lectorale rede uit bij Avans Hogeschool in ’s-Hertogenbosch. En die was net een beetje anders dan anders. Gera deelde op een toegankelijke manier haar visie over onderzoek doen en vertelde meer over het ontstaan én de richting van het lectoraat Betrokken Wetenschap. CONTACT OVER DIT ARTIKEL Gera Nagelhout | ge.nagelhout@avans.nl “We willen dat ervaringskennis van burgers meer gewaardeerd wordt” LECTOR GERA NAGELHOUT: ‘Vanuit ervaringskennis gezondheidsverschillen verkleinen: van sprookje naar realiteit’ - LECTORALE REDE - LEES MEER OVER DE LECTORALE REDE > 20 het in lagere concentraties. Tot slot werd de lucht rondom de bloemen geanalyseerd, maar daarin werden gelukkig geen meetbare resten aangetroffen. De onderzoekers concluderen dat vooral aanraking de belangrijkste blootstellingsroute vormt. Lector Jos Brouwers, van lectoraat Analysetechnieken in de Life Sciences, benadrukt het belang van deze bevindingen: “Die bestrijdingsmiddelen zijn niet voor niets verboden. We zijn erachter gekomen dat ze toch veel schadelijker zijn voor mensen of milieu dan aanvankelijk gedacht.” Gelukkig kunnen we de geur van bloemen zonder zorgen blijven inademen. Waarom een schone bos bloemen kiezen zo lastig is We willen graag een mooie bos bloemen zonder vlekjes of beestjes, maar juist daardoor worden er vaak veel bestrijdingsmiddelen gebruikt. Het is lastig om te achterhalen waar bloemen vandaan komen en hoeveel gif erop zit, want die informatie staat er meestal niet bij. Bloemen komen uit verschillende landen met andere regels, en keurmerken zijn niet altijd duidelijk. Daardoor is het moeilijk om een echt schone en duurzame bos te kiezen. “Ik zou in ieder geval mensen willen aanraden die niet-biologische bloemen in een vaas zetten: was je handen” Biologisch óf handen wassen Wil je zeker weten dat je niet alleen een mooie, maar ook een verantwoorde bos bloemen in huis haalt? Kies dan voor bloemen van een biologische kweker óf pluk ze zelf in een biologische pluktuin. Mocht dit nu niet lukken, dan luidt het advies van Jos Brouwers: “Ik zou in ieder geval mensen willen aanraden, die niet-biologische bloemen in een vaas zetten, was even je handen naderhand.” • Milieuorganisaties zijn niet blij met de cocktail aan verschillende - en zelfs verboden - gifresten op snijbloemen. Hoe kies ik voor een schoon bosje? En hoe gevaarlijk zijn die microgrammen residu op mijn huid na het snijden of schikken? „Als je echt zeker wilt zijn van een schone teelt, dan kun je in het seizoen speciale biologische pluktuinen bezoeken.” Lees het hele artikel op AD.nl > Zeg het met bloemen...maar weet wat je geeft! Zorgen over gif op je boeket: ‘Consument die kiest voor perfecte bos, draagt bij aan systeem’ UIT HET ALGEMEEN DAGBLAD Een bosje bloemen lijkt het perfecte gebaar: kleurrijk, geurend en vol betekenis. Maar achter de blaadjes schuilt een minder bekend verhaal. Uit recent onderzoek van lectoraat Analysetechnieken in de Life Sciences van Avans Hogeschool in opdracht van het tv- programma Radar blijkt dat er meer aan de hand is. In zes boeketten, gekocht bij supermarkten en bloemisten, werden maar liefst 23 verschillende bestrijdingsmiddelen aangetroffen - waarvan acht verboden zijn binnen de Europese Unie. Het onderzoek, uitgevoerd in het voorjaar van 2025, keek niet alleen naar de aanwezigheid van pesticiden, maar ook naar hoe mensen eraan blootgesteld kunnen worden. - NIEUWS - Wat betekent dat voor ons? Dat onderzochten onderzoekers van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid. Het begon met een praktische test: de zogenoemde ‘veegproef’ liet zien dat er daadwerkelijk pesticiden op bladeren en stelen aanwezig waren. In het laboratorium werden onder andere clofentezine en carbendazim aangetroffen – middelen die in de Europese Unie verboden zijn vanwege gezondheids- en milieurisico’s. “Die bestrijdingsmiddelen zijn niet voor niets verboden.” Vervolgens keken de onderzoekers naar neerslag van bloemen, zoals stuifmeel dat op tafel of de vloer terechtkomt. Ook daarin werden sporen van pesticiden gevonden, zij CONTACT OVER DIT ARTIKEL Jos Brouwers | jfhm.brouwers1@avans.nl 19 opdracht naar kinderen van gedetineerde vaders en hun achterblijvende gezinnen? Niet verwonderlijk dus dat deze grote groep van kinderen en gezinnen voor beide werelden vrijwel onzichtbaar is. Krachten bundelen: over de muren heen In het onderzoek ‘Zie je mij? Ouder in detentie’ sloegen onderzoekers van lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid de handen ineen met onderzoekers van lectoraat Transmuraal en Herstelgericht Werken van Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht. De onderzoekers interviewden vijftien professionals van onder andere scholen, jeugdzorginstellingen, GGZ, gemeenten en politie. Daardoor kregen de onderzoekers vanuit meerdere perspectieven zicht op hoe kinderen met een ouder in detentie beter gesignaleerd en ondersteund kunnen worden. Potentie in samenwerking Het resultaat van het onderzoek toont niet alleen de kwetsbaarheid van de kinderen, maar markeert ook de potentie van samenwerking tussen verschillende partijen in én buiten het jeugdlandschap. Ook blijkt dat slecht een deel van de kinderen in beeld zijn bij professionals in het jeugdlandschap - en vooral bij instellingen die al betrokken zijn bij complexe gezinssituaties. Er liggen kansen bij instanties die vroegtijdig iets kunnen betekenen, vóór de problemen verergeren. Het ontbreekt aan structurele registratie, duidelijke werkwijzen of samenwerking met justitiële instellingen, zoals penitentiaire inrichtingen. Heldere aanbevelingen en vervolg Het rapport benadrukt de noodzaak van proactieve signalering, maatwerk in hulpverlening en versterking van het sociaal netwerk rond het kind. Er is behoefte aan specifieke ondersteuning gericht op de unieke situatie van deze kinderen — zoals psycho- educatie, begeleiding bij het contact met de vader en het wegnemen van stigma. Op basis van de bevindingen verkennen de lectoraten de mogelijkheden voor vervolgonderzoek. Dat willen zij opzetten en uitvoeren in samenwerking met kinderen met een ouder in detentie. De onderzoekers willen hun behoeften beter leren kennen, anders worden er oplossingen ontworpen die de kinderen en hun achterblijvende ouders niet bereiken. Samen naar structurele verandering Het rapport maakt duidelijk: alleen door nauwe samenwerking met instanties die deze kinderen vroegtijdig in beeld hebben, zoals onderwijs, jeugdhulpverleners, gemeenten én het justitiële domein kunnen deze kinderen tijdig worden gezien en ondersteund. De boodschap is helder: kinderen van gedetineerde ouders horen erbij en verdienen zichtbaarheid, erkenning en passende steun - over de muren heen. • Kinderen van een gedetineerde ouder onvoldoende in beeld Een deel van de kinderen van wie een ouder in detentie zit, blijven in Nederland onder de radar van instanties die hun tot steun kunnen zijn. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport ‘Als papa vastzit’ van onderzoekers van Avans Hogeschool. In dit rapport pleiten onderzoekers voor vroegtijdife ondersteuning van deze kinderen en de achterblijvende ouder. - ONDERZOEKSRAPPORT - Naar schatting zijn er in Nederland 25.000 kinderen die één van hun ouders moeten missen omdat het in detentie verblijft. Meestal gaat het om vaders. Voor veel van deze kinderen verdwijnt een belangrijke hechtingsfiguur van de ene op de andere dag uit hun dagelijks leven. Kinderen met een vader in detentie krijgen te maken met verlies, schaamte, trauma en sociaal isolement. Toch worden ze lang niet altijd opgemerkt of ondersteund. Terwijl vroegtijdige signalering en ondersteuning noodzakelijk is om ernstige problemen op het gebied van het welzijn van het kind en intergenerationele overdracht te voorkomen. Beperken van de impact op kinderen Ondanks het feit dat kinderen onbedoeld medeslachtoffers zijn van de detentie van hun vader, is er geen landelijke aanpak die de rechten van het kind centraal stelt en ervoor zorgt dat de impact van detentie op kinderen beperkt blijft. Integendeel: de afstand tussen beide werelden is erg groot. Penitentiaire instituten en organisaties in het jeugdlandschap worstelen beide met de kernvraag: wat is onze maatschappelijke CONTACT OVER DIT ARTIKEL Inge Bastiaanssen | ilw.bastiaanssen@avans.nl 22 21 LEES HET RAPPORT ‘ALS PAPA VASTZIT’ > 20 het in lagere concentraties. Tot slot werd de lucht rondom de bloemen geanalyseerd, maar daarin werden gelukkig geen meetbare resten aangetroffen. De onderzoekers concluderen dat vooral aanraking de belangrijkste blootstellingsroute vormt. Lector Jos Brouwers, van lectoraat Analysetechnieken in de Life Sciences, benadrukt het belang van deze bevindingen: “Die bestrijdingsmiddelen zijn niet voor niets verboden. We zijn erachter gekomen dat ze toch veel schadelijker zijn voor mensen of milieu dan aanvankelijk gedacht.” Gelukkig kunnen we de geur van bloemen zonder zorgen blijven inademen. Waarom een schone bos bloemen kiezen zo lastig is We willen graag een mooie bos bloemen zonder vlekjes of beestjes, maar juist daardoor worden er vaak veel bestrijdingsmiddelen gebruikt. Het is lastig om te achterhalen waar bloemen vandaan komen en hoeveel gif erop zit, want die informatie staat er meestal niet bij. Bloemen komen uit verschillende landen met andere regels, en keurmerken zijn niet altijd duidelijk. Daardoor is het moeilijk om een echt schone en duurzame bos te kiezen. “Ik zou in ieder geval mensen willen aanraden die niet-biologische bloemen in een vaas zetten: was je handen” Biologisch óf handen wassen Wil je zeker weten dat je niet alleen een mooie, maar ook een verantwoorde bos bloemen in huis haalt? Kies dan voor bloemen van een biologische kweker óf pluk ze zelf in een biologische pluktuin. Mocht dit nu niet lukken, dan luidt het advies van Jos Brouwers: “Ik zou in ieder geval mensen willen aanraden, die niet-biologische bloemen in een vaas zetten, was even je handen naderhand.” • Milieuorganisaties zijn niet blij met de cocktail aan verschillende - en zelfs verboden - gifresten op snijbloemen. Hoe kies ik voor een schoon bosje? En hoe gevaarlijk zijn die microgrammen residu op mijn huid na het snijden of schikken? „Als je echt zeker wilt zijn van een schone teelt, dan kun je in het seizoen speciale biologische pluktuinen bezoeken.” Lees het hele artikel op AD.nl > Zeg het met bloemen...maar weet wat je geeft! Zorgen over gif op je boeket: ‘Consument die kiest voor perfecte bos, draagt bij aan systeem’ UIT HET ALGEMEEN DAGBLAD Een bosje bloemen lijkt het perfecte gebaar: kleurrijk, geurend en vol betekenis. Maar achter de blaadjes schuilt een minder bekend verhaal. Uit recent onderzoek van lectoraat Analysetechnieken in de Life Sciences van Avans Hogeschool in opdracht van het tv- programma Radar blijkt dat er meer aan de hand is. In zes boeketten, gekocht bij supermarkten en bloemisten, werden maar liefst 23 verschillende bestrijdingsmiddelen aangetroffen - waarvan acht verboden zijn binnen de Europese Unie. Het onderzoek, uitgevoerd in het voorjaar van 2025, keek niet alleen naar de aanwezigheid van pesticiden, maar ook naar hoe mensen eraan blootgesteld kunnen worden. - NIEUWS - Wat betekent dat voor ons? Dat onderzochten onderzoekers van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid. Het begon met een praktische test: de zogenoemde ‘veegproef’ liet zien dat er daadwerkelijk pesticiden op bladeren en stelen aanwezig waren. In het laboratorium werden onder andere clofentezine en carbendazim aangetroffen – middelen die in de Europese Unie verboden zijn vanwege gezondheids- en milieurisico’s. “Die bestrijdingsmiddelen zijn niet voor niets verboden.” Vervolgens keken de onderzoekers naar neerslag van bloemen, zoals stuifmeel dat op tafel of de vloer terechtkomt. Ook daarin werden sporen van pesticiden gevonden, zij CONTACT OVER DIT ARTIKEL Jos Brouwers | jfhm.brouwers1@avans.nl 19
i-Flipbook aan het laden